De zin en vooral onzin van de MoU tussen Suriname en Alcoa

Alcoa heeft aangekondigd dat haar dochteronderneming Suralco zal vertrekken uit Suriname. De raffinaderij op Paranam zal worden gesloten. Afgelopen oktober is er tussen Suriname en Alcoa daarover een aantal afspraken gemaakt, welke in een Memorandum of Understanding (MoU) zijn opgenomen. Deze MoU is veel in het nieuws geweest en in DNA is hier een aantal malen achter gesloten deuren over vergaderd. Deze MoU is vrij technisch en daardoor zonder nadere informatie lastig te beoordelen. Het is voor veel mensen niet duidelijk of de MoU nu goed of slecht zal uitpakken voor Suriname. Vandaar dit initiatief om de kernpunten en gevolgen van de MoU voor een breder publiek ter discussie te stellen.
Dit artikel is wat uitgebreid. Voor degenen die wat ongeduldig zijn, volgt hier alvast een korte samenvatting van de gevolgen van de MoU:
1. Alcoa sluit Paranam en 2000 werknemers staan op straat.
2. De komende 4 jaar zal Suriname geen nieuwe bauxietindustrie kunnen ontwikkelen.
3. Alcoa zal de Afobakacentrale pas over 4 jaar aan Suriname overdragen.
4. In die 4 jaren betaalt Suriname 200 miljoen USD subsidie aan Alcoa.
Mocht U zijn geschrokken, neemt U dan a.u.b. de tijd om het volgende door te lezen. Aan de hand van een aantal vragen en antwoorden wordt de essentie van de MoU nader uitgelegd.
Wat is de Brokopondo Overeenkomst?
Om de MoU te begrijpen, is het belangrijk de historische achtergrond van de relatie tussen Suriname en Alcoa te kennen. Alcoa is al bijna 100 jaar actief in Suriname met het mijnen van bauxiet. Uit bauxiet wordt aluminium gemaakt, welke gebruikt wordt in b.v. auto’s, vliegtuigen en kabels. In 1958 is een overeenkomst getekend tussen Suriname en Alcoa welke bekend staat als de Brokopondo Overeenkomst. In deze overeenkomst besloten Suriname en Alcoa hydro-energie in Suriname te ontwikkelen en een aluminium smelter in Suriname op te zetten. Hiermee begon een nieuwe fase van de bauxietindustrie in Suriname: niet alleen het mijnen van bauxiet, maar ook het produceren van aluminium zou nu in Suriname plaatsvinden. Alcoa richtte daartoe het bedrijf Suralco op. Suriname stelde concessies, land en water ter beschikking en zorgde voor migratie van de lokale bevolking, onder andere voor de aanleg van de Afobaka dam en het stuwmeer.
Alcoa bouwde de Afobakadam en de ‘powerhouse’, en kreeg deze in beheer. Met Afobaka kon Alcoa goedkope energie produceren welke, conform de Brokopondo Overeenkomst, gebruikt werd om de aluminium smelter op Paranam van stroom te voorzien. Een aluminium smelter gebruikt namelijk heel veel energie en hydro-energie is dan een goedkope oplossing.
Suriname had tevens het recht om een klein gedeelte van de stroom (80 GWh/jaar) van Afobaka af te nemen tegen de kostprijs van 0.4 cent USD per kWh (nog geen halve cent dus). De Brokopondo Overeenkomst werd gesloten voor een periode van 75 jaar, en verloopt dus in 2033. Tenminste, indien de reden van haar bestaan tot dan nog aanwezig zou zijn.
Wat is er met de aluminium smelter gebeurd?
De kern van de Brokopondo Overeenkomst was het opzetten van een geïntegreerde bauxietindustrie in Suriname. De bedoeling was om niet alleen bauxiet te mijnen (dat gebeurde immers al vanaf 1916), maar ook aluminium te produceren. Dit was belangrijk omdat aluminium veel meer oplevert dan bauxiet. Daarnaast kregen we met de Brokopondo Overeenkomst industriële ontwikkeling in Suriname met positieve economische effecten, zoals hoogwaardige werkgelegenheid.
De aluminium smelter werd in 1965 in gebruik genomen maar in 1999 gesloten door Alcoa. De reden hiervan door Alcoa gegeven, was de dalende wereldmarktprijs van aluminium. Er is sindsdien dus geen sprake meer van een geïntegreerde industrie, maar slechts van het mijnen van bauxiet en het produceren van het halffabricaat aluinaarde in Suriname. Suriname verloor de toegevoegde waarde van aluminium. In feite werd met de sluiting van de smelter, het kernpunt van de Brokopondo Overeenkomst verlaten.
Hoe zit het nu met de Afobaka dam en de olieprijs?
Toen de aluminium smelter werd gesloten in 1999, kwam er een behoorlijke hap energie vanuit Afobaka vrij. In hetzelfde jaar 1999 werd de energieovereenkomst gesloten voor de verkoop van deze vrijgekomen energie door Suralco aan Suriname. Het betreft zo’n 700 GWh/jaar oftewel de helft van het verbruik van Paramaribo. Er is echter een addertje onder het gras. De stroomprijs die Suriname aan Suralco betaalt, is niet de kostprijs van hydro-energie (welke volgens de Brokopondo Overeenkomst 0.4 cent per kWh bedraagt – dus nog geen halve cent). In de plaats daarvan is de prijs gerelateerd aan de prijs van olie. De resulterende verkoopprijs is hierdoor vele malen hoger dan de prijs van hydro-energie. Bijvoorbeeld, bij de huidige olieprijs van 40 USD per vat is de gemiddelde prijs die Suriname moet betalen 6 USD cent per kWh. Dat is 15 (vijftien) keer zo hoog als de kostprijs van hydro-energie.
Het is duidelijk dat de energie overeenkomst van 1999 erg nadelig is voor Suriname. Of de toenmalige NH minister Alibux, die namens Suriname deze overeenkomst heeft getekend, dit toen wel besefte, is niet bekend. Feit is dat de energiedeal van 1999 Suriname twee grote nadelen heeft opgeleverd. Ten eerste koopt Suriname heel dure energie in, terwijl de kosten van hydro-energie zeer laag zijn. De schatting is dat het ontwikkelingsland Suriname in de periode 1999 t/m 2015 ongeveer USD 500 miljoen teveel heeft betaald aan de multinational Alcoa. Ten tweede heeft Suriname de energievoorziening van Paramaribo zeer afhankelijk gemaakt van Alcoa. Momenteel komt ongeveer de helft van alle elektriciteit voor Paramaribo en omliggende gebieden van de Afobakacentrale. Als er een probleem is met de Afobakacentrale, valt het licht in Paramaribo uit.
Waarom wil Alcoa anno 2015 “weg” uit Suriname?
Een belangrijke reden waarom Alcoa nog in Suriname is gebleven, is de feitelijke subsidie die ze ontvangt van Suriname door te dure stroomverkopen: Suriname heeft de aluinaardeproductie van Alcoa sinds 1999 gesubsidieerd. Deze subsidie werd verrekend met de afdrachten die Alcoa moest doen aan Suriname. Alcoa betaalde dus de afdracht minus de stroomkosten. Op een gegeven moment waren de aluinaardeinkomsten echter zo laag, dat nu Suriname aan Alcoa moest gaan betalen. En dat kon Suriname niet, er begon een enorme betalingsachterstand op te treden.
Een ander probleem waarmee Alcoa werd geconfronteerd, was dat de bestaande bauxietvoorraden op begonnen te raken. Alcoa moest dus nieuwe bauxietreserves gaan ontwikkelen. Deze liggen voor de lange termijn met name in het Bakhuysgebied. De benodigde investeringen blijken echter niet economisch aantrekkelijk voor Alcoa en Bakhuys scoort niet voldoende in haar internationale strategie. Dit bleek reeds in 2009 toen de onderhandelingen voor de ontwikkeling van Bakhuys op niets uitliepen. Alcoa heeft nu, na alle restjes bauxiet uit de bestaande locaties gemijnd te hebben, aangekondigd de raffinaderij productie per 30 november 2015 te staken. Alcoa gaat dus geen bauxiet meer mijnen en geen aluinaarde meer produceren in Suriname. Aluminium produceren deden ze sowieso allang niet meer.
Kortom, het werd voor Alcoa niet meer interessant in Suriname te blijven. Voor het afsluiten van de Alcoa periode in Suriname werd daarom de beruchte MoU getekend. Alcoa had aangegeven Suriname te verlaten. Maar is dat wel echt zo?
Wat houdt die MoU nu precies in?
De Brokopondo Overeenkomst duurt tot 2033. Aangezien Alcoa eerder vertrekt uit Suriname, dient deze overeenkomst te worden beëindigd. Alcoa en Suriname moeten afspreken op welke wijze dit gebeurt. Hiertoe zijn er onderhandelingen gevoerd met Alcoa. Deze onderhandelingen hebben geresulteerd in de MoU welke in oktober 2015 door Suriname en Alcoa is getekend, en nu in De Nationale Assemblee achter gesloten deuren wordt besproken. De MoU bevat 4 hoofdpunten:
1. Alcoa sluit Paranam en 2000 werknemers staan op straat
Alcoa zal de Paranam raffinaderij sluiten en daarmee ook stoppen met het mijnen en verwerken van bauxiet. Suralco belooft haar plichten naar werknemers en gepensioneerden alsmede het milieu na te komen. Wat echter niet vergeten moet worden is dat het wegvallen van Paranam zal leiden tot het ontslag van meer dan 2000 werknemers. Dit zijn niet alleen de Suralco werknemers, maar ook die van de verschillende contractors en toeleveranciers.
2. De komende 4 jaar zal Suriname geen nieuwe bauxietindustrie kunnen ontwikkelen Suriname en Alcoa zullen volgens de MoU een partnerschap vormen om Bakhuys, indien haalbaar, te ontwikkelen. Alcoa gaat de komende 4 jaren de studies hiervoor leiden. Dit lijkt raar want in de afgelopen 5+ jaren heeft Alcoa Bakhuys na vele studies niet aantrekkelijk genoeg gevonden. De bauxietreserves in Bakhuys zijn substantieel en kunnen bij een hogere aluminiumprijzen in de toekomst van grote strategische waarde zijn. Alcoa wil daarom nog steeds controle hebben over wat er met Bakhuys gaat gebeuren. Bakhuys wordt daarom afgesloten voor concurrenten van Alcoa. Suriname zit de komende 4 jaar nog steeds vast aan Alcoa, ook al sluit Paranam haar deuren.
3. Alcoa zal Afobaka pas over 4 jaar aan Suriname overdragen Een belangrijk punt in de Brokopondo Overeenkomst (artikel 1 lid 15) is dat de Afobakadam bij beëindiging gratis wordt overgedragen aan Suriname. Als Alcoa in 2015 stopt met haar activiteiten, dan is het logisch dat Afobaka ook in 2015 wordt overgedragen. Immers, de kerngedachte van de Brokopondo Overeenkomst is een geïntegreerde bauxietindustrie in Suriname. Van aluminiumproductie is al lang geen sprake meer. Nu de Paranam fabriek wordt gesloten, wat is nog het bestaansrecht van de Brokopondo Overeenkomst? Alcoa heeft aangegeven op 30 november 2015 de deuren te sluiten maar conform de MoU zal de Afobakadam pas op 31 december 2019 worden overgedragen. De reden waarom er 4 jaar gewacht moet worden, is nergens in de MoU terug te vinden.
4. In die 4 jaar betaalt Suriname USD 200 miljoen subsidie aan Alcoa: Zoals eerder besproken ontving Alcoa via de hoge stroomprijs feitelijk subsidies om Paranam nog open te houden. Nu wordt Paranam gesloten, maar Suriname blijft gewoon een hoge stroomprijs betalen en dus Alcoa subsidiëren. De prijs wordt niet gebaseerd op de kosten van hydro, maar op die van olie welke 15 keer zo hoog is. Berekend kan worden dat Alcoa de komende vier jaren ongeveer USD 200 miljoen winst zal maken door de verkoop van Afobakastroom. Let wel: niet omzet, maar pure winst. Dit geld zal Alcoa waarschijnlijk gaan gebruiken om de rehabilitatie van de mijnen en milieueffecten te betalen. De gewone burger zal hiervoor gaan betalen in de vorm van de recente verhoging van de stroomprijs. De USD 200 miljoen zit hierin reeds verwerkt.
Waar komt de MoU dus op neer?
Uitvoering van de MoU betekent dat de bauxietindustrie in Suriname ophoudt te bestaan. Tegelijkertijd zal Suriname niet zonder medewerking van Alcoa een nieuwe industrie kunnen opzetten. Daarbovenop verdient Alcoa gedurende 4 jaar een bedrag van 200 miljoen USD door verkoop van hydro-stroom uit Afobaka, die eigenlijk aan Suriname zelf toebehoort. Dit bedrag wordt verdiend door de verhoging van de stroomprijs. En niet te vergeten, 2000 mensen komen op straat te staan.
Hoe kan het beter?
Alcoa gaat Suriname eind deze maand verlaten – dat staat vast. Dit wil dus zeggen het einde van de Brokopondo Overeenkomst en dus de overdracht van Afobaka aan Suriname. Suriname kan hierdoor enorm op haar energierekening besparen. Het vertrek van Alcoa schept tevens kansen voor Suriname om met andere partijen de bauxietindustrie nieuw leven in te blazen. Het is bekend dat verschillende internationale bedrijven zich reeds hebben aangemeld. Echter, de deur is steeds voor hun gesloten gehouden.
Het doel van dit artikel was de essentie en gevolgen van de reeds getekende MoU toe te lichten. Het is aan u als burger van Suriname uw standpunt hierover te bepalen en aan uw regering kenbaar te maken.
dr.ir. V.S. Ajodhia

error: Kopiëren mag niet!