VN in Myanmar: “Bommen gooien na een verwoestende aardbeving is verbijsterend”

De zware aardbeving met een magnitude van 7,7 op de schaal van Richter die afgelopen vrijdag Myanmar trof, leidde niet tot het stilleggen van het gewapende conflict.

Het regeringsleger voerde na de aardbeving nog een luchtaanval uit op een basis van het Danu People’s Liberation Army, een van de etnische minderheidsgroepen van de staat Shan, in het district Naungcho. Daarbij kwamen zeven strijders om, zei een officier die anoniem wil blijven aan persbureau AFP. 

De speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Birma, Tom Andrews, zei aan de BBC dat een bombardement na een verwoestende aardbeving “gewoonweg verbijsterend” is.

Het epicentrum van de aardbeving bevond zich vlak bij de tweede stad van het land, Mandalay. Die telt 1,7 miljoen inwoners. Het dodental stond zondagmiddag voorlopig op 1.644, maar er wordt gevreesd voor vele duizenden doden.

Myanmar heeft sinds 1 februari 2021 een militair regime. Militairen namen de macht vier jaar geleden over van Aung San Suu Kyi. Na die coup ontstond een strijd tussen het regeringsleger en de rebellen, die nog steeds voortduurt.

Uit buurland India zijn zondag de eerste buitenlandse hulppakketten geleverd. Maandag kwam een konvooi van zeventien vrachtwagens met Chinese hulp aan.

error: Kopiëren mag niet!