Achtergrond
Het Nationale Ontwikkelings Platform (NOP) probeerde zich te registreren bij het Centraal Hoofdstembureau (CHS) voor de aanstaande verkiezingen. De registratie werd geweigerd, omdat de partij vijf minuten te laat was en niet over het vereiste bewijs van storting van de borgsom beschikte.
Na afwijzing door het CHS en een beroep bij de president van Suriname, spande het NOP een kort geding aan bij de rechter in eerste aanleg. Deze wees de gevraagde voorzieningen af.
Hoger Beroep
Het NOP tekende hoger beroep aan bij het Hof van Justitie, met de eis dat:
- Het vonnis van de eerste rechter vernietigd zou worden.
- De Staat Suriname het NOP alsnog zou registreren voor de verkiezingen.
- De Staat een redelijke termijn zou vaststellen voor het indienen van DNA-kandidaten.
Het Hof van Justitie bevestigde echter vandaag, dinsdag 25 maart, het vonnis van de eerste rechter en voegde aanvullende gronden toe. Het Hof oordeelde dat:
- De registratietermijn in de Kiesregeling dwingend en fataal is, wat betekent dat afwijking alleen in zeer uitzonderlijke gevallen mogelijk is.
- De omstandigheden die tot de vertraging leidden, lagen volledig binnen de invloedsfeer van het NOP, zoals het niet tijdig storten van de borgsom en het ontbreken van complete documenten.
- Er was geen sprake van onrechtmatig handelen door de Staat Suriname tijdens de registratieprocedure.
Gevolg
Het NOP werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. Het Hof benadrukte dat de partij zelf verantwoordelijk was voor het niet nakomen van de vereisten en dat de Staat zich niet onrechtmatig had gedragen.