Het eenhoofdig leiderschap dat is het presidentieel regeringssysteem zoals we dat in haar zuivere vorm kennen in de Verenigde Staten van Amerika. Ik noem het, “het stamhoofdsysteem”, omdat het alle karaktertrekken heeft van een door een stamhoofd geregeerde samenleving. In Suriname roept het eenhoofdig leiderschap etnische sentimenten op.
Anno februari 2025 maakt Donald Trump als president van Amerika duidelijk dat met dit systeem hij als een dictator kan regeren. Hij regeert bij decreet en heeft al meer decreten uit doen gaan dan alle presidenten voor hem. Artikel twee van de Grondwet van Amerika zegt namelijk dat de uitvoerende macht berust bij de president. Dat het beleid van Donald Trump op termijn desastreus zal uitpakken hoeft geen betoog. Zolang de Amerikanen geloven dat hun regeersysteem superieur is aan de parlementaire democratie zullen zij vasthouden aan hun systeem.
Het betere systeem is die van de zuivere parlementaire democratie zoals we dat kennen in West-Europa in Nederland, Duitsland en andere West-Europese landen alsook in India en andere Aziatische landen. De uitvoerende macht is meer gespreid. Het regeer team wordt aangevoerd door de voorzitter van de Raad van ministers, dat is de premier, de eerste minister. “De primus inter pares”. De ministers hebben eigen verantwoordelijkheid.
Een van de grootste gebreken van de huidige Grondwet is het ontbreken van een artikelsgewijze toelichting.
Volgens de huidige Grondwet berust de uitvoerende macht bij de president (artikel 99) echter de Raad van Ministers is het hoogste uitvoerende en administratieve orgaan van de Regering (artikel 119). De meeste wetten en staatsbesluiten leggen ook de bevoegdheid tot handelen in handen van ministers, de president zelf heeft slechts enkele uitvoerende bevoegdheden.
Deze Grondwet kent geen demissionaire periode.
Onze president heeft de bevoegdheid om besluiten van de Raad van Ministers en van ministers te schorsen (artikel 110). Dat is een vorm van negatieve macht die ervoor zorgt dat ministers in feite simpele uitvoerders zijn en dat het hele regeren door de president moet geschieden. Hij moet nadenken voor alle ministers hij neemt alle beslissingen hij weet alles
En precies daar gaat het mis, immers de president is niet rechtstreeks gekozen door het volk. Hij is gekozen door slechts minimaal 34 mensen, dat is de tweederde meerderheid in de Nationale Assemblee. Dus onze president heeft geen mandaat. En de Ministerraad bestaat voor een groot deel uit mensen van partijen die de president een meerderheid in de Nationale Assemblee verschaffen.
De ministers zijn geen verantwoording verschuldigd aan de Nationale Assemblee, alleen aan de president. Dat betekent dat de minister risicoloos kan blijven zitten. Dus de Nationale Assemblee werkt mee aan dit idioten circus door ministers verantwoording te laten afleggen. Terwijl de Grondwet duidelijk zegt dat het de president is die verantwoording aflegt aan de Nationale Assemblee (artikel 90).
De zittingsperiode van de regering wordt niet beëindigd door de uitvoerende macht, maar door het parlement, iets wat een unicum is.
De president en de vicepresident zijn bij gewone meerderheid afzetbaar echter de ontslagresolutie zonder welke een besluit van de Nationale Assemblee ter zake nietig is, moet door de president zelf getekend worden. In de reële wereld gaat niemand zichzelf ontslaan.
Alle wetten aangenomen door de Nationale Assemblee krijgen pas rechtskracht nadat de president ze getekend heeft en voor publicatie heeft vrijgegeven.
De president gijzelt de Nationale Assemblee. het hoogste orgaan van staat (artikel 55). Een absurde situatie. In het zuivere presidentieel systeem van de Verenigde Staten van Amerika publiceert het Congres zelf haar wetten.
Naast het ontbreken van een toelichting is er een andere grote omissie in onze Grondwet. Als president en vicepresident op hetzelfde moment komen te ontvallen dan wel niet in staat zijn hun taken uit te oefenen, wie neemt er dan waar?
Ontwikkeling vereist juist de inzet van alle krachten, dat bewijst de praktijk en dat kan juist het beste met een zuivere parlementaire democratie, vooral in een sterk etnisch gesegmenteerde samenleving. Checks en balances komen daar tot hun recht.
Richard B. Kalloe