In de Financiële Nota van het ministerie van Financiën over 2013 is de instelling van een Spaar- en Stabiliteitsfonds aangekondigd. De aankondiging geschiedt nadat een aantal economische gegevens aan ons wordt gepresenteerd en nuchter rekening wordt gehouden met een eventuele terugval in de mijnbouw-boom die wij meemaken. Er is, wij hopen door pessimisten, voorspeld dat bij verdere versterking van de dollar, de goudwaarde zou kunnen gaan kelderen. Bovendien heeft een aantal sceptici moeite met het accepteren van goud als duurzaam centraal bankmiddel. De financiële nota concludeerde dat de Surinaamse economie in het eerste halfjaar van 2012 wederom had kunnen profiteren van de positieve effecten van de export van de natuurlijke hulpbronnen. Daarop voortbouwend werd 2013 ook positief ingeschat. Op de totale rekening van de betalingsbalans was er tot en met medio 2012 een surplus geregistreerd van circa US$ 96 miljoen en de internationale reserves waren toegenomen tot een bedrag van US$ 905,3 miljoen, welk bedrag afgaande op de laatste rede van de president op 25 februari 2013 de miljard al is gestegen. Financiën concludeert dat na aanpassing van de wisselkoers in 2011, deze vrij stabiel is gebleven, zoals de president dat laatst aanhaalde. Op basis van de ontwikkelingen op het gebied van de Consumentenprijsindex (CPI) werd door Planbureau de gemiddelde inflatie voor 2012 voorlopig geschat op 4.9%. In het kader van deze economische gegevens meldde de nota dat rekening houdende met de internationale economische ontwikkelingen en het weerbaar maken van de Surinaamse economie bij dalende wereldmarktprijzen van grondstoffen (goud, aardolie en aluinaarde), voorbereidingen getroffen zijn voor het opzetten van een Spaar- en Stabilisatiefonds (SSF). Rond de verkiezingen is door economen uit het kamp van de huidige coalitie vaker gewezen op het instellen van een ‘Souvereign Wealth Fund’, een fonds dat spaart en stabiliseert om moeilijke economische tijden aan te gaan of te voorkomen. Die moeilijke tijden kunnen komen als de prijzen van goud en olie dalen. Maar die moeilijke tijden kunnen ook komen als wij niet erin slagen om gelijkwaardige florerende economische sectoren aan te kweken die opvangen wanneer de niet-genereerbare bronnen zijn opgeraakt. Goud en olie zullen opraken en het bos zal op een gegeven moment ook niet gekapt kunnen worden als wij alleen selectief kappen, maar nalaten om ook bos te planten. De regering heeft nu vergaande plannen om een Spaar- en Stabiliteitsfonds in het leven te roepen. Met de extra revenuen zal een stabilisatiefonds in het leven worden geroepen als belangrijk instrument voor het financieren van het onderwijs, de gezondheidszorg en andere aspecten verband houdende met het welzijn van de Surinamer, staat in het Ontwikkelingsplan. In de plannen van de regering nu staan onderwijs, gezondheidszorg en andere aspecten niet uitdrukkelijk genoemd. Wel staat vermeld dat uit het fonds getrokken kan worden om het verschil tussen geplande en daadwerkelijke mijnbouwinkomsten aan te vullen en in geval van natuurrampen. Het Ontwikkelingsplan haalt ook aan een speciaal fonds voor het financieren van onderwijs en infrastructuur teneinde de kennisbasis van de economie te vergroten, welke ook ingezet kan worden in niet-minerale sectoren. Iets dat ook gemist wordt in de huidige plannen is het uitdrukkelijk noemen van de sociale bestedingen uit een SSS. Het OP noemt het
financieren van sociale en economische ontwikkeling, zoals sociale zekerheidsstelsels, gezondheidszorg en onderwijs. De mondiaal toenemende druk van vergrijzing en druk van de financiering van voorzieningen van ouderen door de jongere beroepsbevolking (afnemend besteedbaar inkomen) baart vele landen zorgen. Een belangrijk deel van soortgelijke fondsen investeert dus significant in, met name, pensioenfondsen, stelt het OP. Het lijkt dus dat men bij het formuleren van de instelling van het SSS de zogenaamde sociale paragraaf heeft weggelaten. En daarmee is men dan weer bezig in strijd te handelen met wat de president enige dagen terug verklaarde dat het niet alleen draait om het BBP, maar om de sociale vooruitgang. Met name bij de instelling van het sociaal zekerheidsstelsel zal de Staat te kampen hebben, zeker in het begin, met een financieringsvraagstuk. De plannen van het SSS nu voorzien daarin niet, waardoor een gat ontstaat tussen het Ontwikkelingsplan en het voorstel nu op tafel. Een ander punt dat ook aan de orde zal komen, is de rechtsvorm van het fonds. Gepland is dat het een rechtspersoon zal zijn en in de toelichting wordt genuanceerd door te stellen dat het een rechtspersoon sui generis wordt, dus een rechtspersoon niet benoemd in de wetgeving. Voor deze rechtsvorm wordt gekozen om het SSS ‘een hoge mate van zelfstandigheid te bieden en tegelijkertijd alle vormen van beïnvloeding in de beleidsvoering van het fonds te voorkomen’, stelt de regering. De vraag is in deze in hoeverre die zelfstandigheid na te streven of te verwachten is als de raad, die het fonds bestuurt, benoemd wordt door de regering op voordracht van Financiën. Het bestuur van het fonds zal in handen van gekwalificeerde financiële experts moeten liggen, wordt gesteld. Opmerkelijk is dat enige belangrijke kwalificaties, die overigens nog geen sluitende geruststelling geven, uitdrukkelijk genoemd worden. Alle leden van de raad dienen een academische graad te hebben en dienen te beschikken over aantoonbare ervaring in het beheer van en het toezicht op financiële investeringen. Over de instelling van het SSS zal in de komende dagen nog veel te zeggen zijn. Belangrijk is nu dat er consequent wordt uitgevoerd wat officieel gepland is en dat het sociale deel niet wordt verwaarloosd. Dat schijnt nu wel het geval te zijn.